Isolatiewaarde

Een huis (na-)isoleren begint al bij de keuze van het materiaal. Een handige maatstaf om materialen te vergelijken is de isolatiewaarde. Ze geeft aan hoe goed een bepaald materiaal isoleert. Er zijn verschillende soorten isolatiewaarden en door deze waarden te raadplegen neem je een weloverwogen beslissing, gebaseerd op harde cijfers in plaats van het betere giswerk.

1. De lambda-waarde en de R-waarde

De meest fundamentele isolatiewaarde is de lambda-waarde. Op basis daarvan worden alle andere isolatiewaarden berekend. Ze bepaalt de warmtegeleiding van de isolatiematerialen: hoe hoger de lambda-waarde, hoe beter de warmte geleid wordt. Bij een lage lambda-waarde – d.i. kleiner dan of gelijk aan 0,07 W/mk – gaat er weinig warmte verloren en heb je dus een goede isolator.

Isolatiemateriaalλ [W/mK]
PUR0,023 - 0,028
PIR0,021 - 0,026
EPS0,031 - 0,045
XPS0,028 - 0,038
Glaswol0,031 - 0,044
Rotswol0,031 - 0,044
Cellenglas0,04 - 0,05
Papiervlokken0,035 - 0,04
Kurk0,038 - 0,04
Hennep0,038 - 0,042
Vlas0,038
Schapenwol0,035 - 0,04
Kokosvezel0,04
Stro0,056
Katoen0,042

Bron: Lambda, studiebureau voor energieberekening

Aan de hand van de lambda-waarde wordt het isolatievermogen van een bepaald materiaal berekend. Hiervoor bestaat de R-waarde of warmteweerstand. Concreet drukt het de weerstand uit die warmte krijgt bij het doordringen van een materiaal. Hoe hoger de R-waarde, hoe beter het materiaal isoleert. De Vlaamse overheid gebruikt de R-waarde als objectieve maatstaf voor het toekennen van specifieke premies en subsidies.

Hoe goed een materiaal isoleert, hangt ook af van de dikte van het gebruikte materiaal. Isolatiemateriaal met een lage lambda-waarde heeft – bij een gelijke dikte – sowieso een hogere R-waarde. Een minder goede isolator kan dit compenseren met dikkere isolatie.

Ook ecologische isolatiematerialen zoals houtwol hebben een goede lambda-waarde.
2. De isolatiewaarde(n) van het huis

Soms heeft een dak, vloer of muur meerdere isolatielagen die elkaar versterken. Om de totale isolatiewaarde te kennen neem je de som van de R-waarden van de gebruikte materialen. Zo bekom je de Rc-waarde. Hoe hoger de Rc-waarde, hoe beter de samenstelling isoleert.

Om het warmteverlies van een deel van een huis te bepalen – bijvoorbeeld het dak of de vloer – moet de U-waarde berekend worden. Deze waarde stelt vast hoeveel warmte per vierkante meter van een specifiek constructiedeel verloren gaat. Een lage U-waarde komt overeen met een hoge isolatiewaarde. De maximale U-waarde is situatiegebonden, want bijvoorbeeld bij een muur met ramen en deuren mag die hoger liggen.

Ten slotte is er de K-waarde om de isolatiewaarde van een huis in zijn geheel na te gaan. In feite is het de som van alle U-waarden van een woning. De waarde geeft dus een beeld van het warmteverlies door dak, vloer, ramen, buitenmuren, … samen. Een goed geïsoleerd huis heeft een lage K-waarde. De EPB-wetgeving baseert zich op deze waarde en vanaf 2017 mag een nieuwbouwwoning maximaal K40 halen. Bij een passiefhuis moet de K-waarde tussen K10 en K20 liggen.

Een goed geïsoleerd huis met een lage K-waarde verbruikt veel minder energie.
3. Conclusie

Met uitzondering van de R-waarde geldt dus hoe lager het getal, hoe beter het materiaal zal isoleren. Een goed geïsoleerd gebouw zorgt voor lagere energiekosten en een hoger comfort. Bovendien profiteert het milieu ervan. Een woning zonder isolatie zal veel warmte verliezen via de muren, het dak, de vloer . Vraag dus gratis offertes van isolatiespecialisten aan!